Een dividend is een deel van de winst dat een vennootschap uitkeert aan haar aandeelhouders. Het vormt als het ware de vergoeding voor het kapitaal of de goederen die in de vennootschap werden ingebracht, ook wanneer u de aandelen later van iemand anders heeft overgenomen. Via een dividenduitkering kunt u dus winst uit de vennootschap naar uw privévermogen overbrengen. Op een gewoon dividend is in principe 30% roerende voorheffing verschuldigd.
Voor kleine vennootschappen bestaan er echter twee interessante gunstregimes waarmee dividenden tegen een lager tarief kunnen worden uitgekeerd:
- het VVPR-bisregime;
- de liquidatiereserve.
Door de gewijzigde tarieven in 2026 is het belangrijk om vooraf te bekijken welke regeling voor uw vennootschap het voordeligst is.
I. VVPR-bis: dividenden uitkeren tegen 18%
Het VVPR-bisregime laat kleine vennootschappen toe om dividenden tegen een verlaagd tarief uit te keren. Sinds juli 2026 bedraagt de roerende voorheffing bij een uitkering na de vereiste wachttermijn 18%.
Om van dit regime gebruik te kunnen maken, moeten onder meer de volgende voorwaarden vervuld zijn:
- de aandelen zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013;
- de inbreng gebeurde volledig in geld;
- de vennootschap was klein op het moment van de inbreng of kapitaalverhoging;
- de aandelen blijven in principe ononderbroken in volle eigendom van de oorspronkelijke inbrenger;
- de uitkering gebeurt pas vanaf de winstverdeling van het derde boekjaar na de inbreng.
Het VVPR-bisregime kan bijzonder interessant zijn voor vennootschappen die regelmatig dividenden willen uitkeren. Zodra de wachttermijn verstreken is, kan het verlaagde tarief immers ook bij latere dividenduitkeringen worden toegepast, voor zover alle voorwaarden vervuld blijven.
II. Liquidatiereserve: eerst 10% anticipatieve heffing
Een kleine vennootschap kan haar winst ook geheel of gedeeltelijk opnemen in een liquidatiereserve.
Bij de aanleg van deze reserve betaalt de vennootschap onmiddellijk een afzonderlijke of anticipatieve heffing van 10%. Wanneer de reserve later wordt uitgekeerd, kan bijkomend roerende voorheffing verschuldigd zijn. Het tarief hangt af van het moment waarop de reserve werd aangelegd en van de gevolgde wachttermijn.
Liquidatiereserves onder het vroegere regime
Voor liquidatiereserves aangelegd t.e.m. 30/12/2025 blijven verschillende mogelijkheden bestaan.
Bij een uitkering na vijf jaar is boven op de anticipatieve heffing van 10% nog 5% roerende voorheffing verschuldigd. Dit resulteert in een totale effectieve belastingdruk van ongeveer 13,64% (*).
Wordt voor de verkorte wachttermijn van drie jaar gekozen, dan bedraagt de bijkomende roerende voorheffing 6,5%. Samen met de anticipatieve heffing komt dit overeen met een totale effectieve belastingdruk van 15% (*).
Bij een uitkering vóór het verstrijken van de toepasselijke wachttermijn loopt de bijkomende roerende voorheffing aanzienlijk hoger op.
Nieuwe liquidatiereserves: totale belastingdruk van 18%
Voor liquidatiereserves waarop het nieuwe regime van toepassing is, kan de reserve na een wachttermijn van drie jaar worden uitgekeerd.
Naast de anticipatieve heffing van 10% is dan nog 9,8% roerende voorheffing verschuldigd. Omdat deze voorheffing wordt berekend op het bedrag dat na de anticipatieve heffing overblijft, bedraagt de totale effectieve belastingdruk 18% (*).
Wordt de liquidatiereserve uitgekeerd voordat de wachttermijn verstreken is, dan kan de bijkomende roerende voorheffing oplopen tot het gewone tarief van 30%.
Uitkering bij vereffening
Wordt de liquidatiereserve pas uitgekeerd naar aanleiding van de vereffening van de vennootschap, dan is in principe geen bijkomende roerende voorheffing verschuldigd.
De anticipatieve heffing van 10% die bij de aanleg van de reserve werd betaald, vormt dan de definitieve belasting.
Dit kan fiscaal interessant zijn wanneer een vereffening daadwerkelijk wordt overwogen. Het geld blijft tot dat moment uiteraard wel binnen de vennootschap.
III. VVPR-bis of liquidatiereserve?
Welke regeling het meest interessant is, hangt af van uw concrete situatie.
Bij de keuze spelen onder meer de volgende elementen een rol:
- het moment waarop de aandelen werden uitgegeven;
- de identiteit van de oorspronkelijke aandeelhouder;
- de gewenste timing van de dividenduitkering;
- de liquiditeitsbehoefte van de aandeelhouder;
- de beschikbare reserves binnen de vennootschap;
- een mogelijke toekomstige verkoop of vereffening;
- de vraag of jaarlijks dividenden zullen worden uitgekeerd.
Het VVPR-bisregime biedt doorgaans meer flexibiliteit zodra de wachttermijn verstreken is. Een liquidatiereserve moet daarentegen per boekjaar worden aangelegd, waardoor voor iedere nieuwe reserve een afzonderlijke wachttermijn begint te lopen.
IV. Laat uw dividendstrategie vooraf berekenen
De keuze tussen een gewoon dividend, VVPR-bis en een liquidatiereserve kan een aanzienlijk verschil maken in het nettobedrag dat u als aandeelhouder ontvangt.
Bij De Voeght Consulting bekijken we samen met u:
- welke reserves beschikbaar zijn;
- welke gunstregimes toegepast kunnen worden;
- wanneer een dividend het best wordt uitgekeerd;
- hoeveel belastingen en roerende voorheffing verschuldigd zijn;
- welke strategie het best aansluit bij uw persoonlijke en zakelijke plannen.
Overweegt u een dividend uit te keren? Neem dan vooraf contact met ons op, zodat we de meest geschikte en fiscaal voordelige aanpak voor uw vennootschap kunnen bepalen.
(*) Een eenvoudige optelling van de percentages geeft niet de werkelijke totale belastingdruk. Beide heffingen worden namelijk niet op exact dezelfde belastbare basis berekend.
Deze bijdrage bevat algemene informatie en houdt geen rekening met de specifieke omstandigheden van een individuele vennootschap of aandeelhouder. De fiscale regelgeving en de toepassingsvoorwaarden moeten bij iedere concrete dividenduitkering afzonderlijk worden beoordeeld.






























